inhoud Bonefaas
Bekend is dat namen van kerkheiligen als voornamen in gebruik zijn geraakt (zie "De Nederlandsche Geslachtsnamen", Johan Winter). Bonefaas is in feite niet anders dan een patroniem afkomstig van de mansvoornaam Bonifacius. De naam stamt dus af van "zoon van Bonefaas". In mijn naspeuringen zag ik vele schrijfwijzen, zoals Boonefaas, Boonnefaas, Bonnefaas, Bonnéefaas, Bonefaes, Bonifaes, Beunefaas, Bonifaasse en Bonifaesz.
De naam stamt dus af van "zoon van Bonefaas".
De betekenis van de naam haalde ik uit de "Encyclopedie van Voornamen" (A.Huizinga):
Bonefaas (m), verbastering van Bonifacius (m), vermoedelijk van latijn bonifati: de goede lotsbestemming, van latijn bonus: goed, en van facere: maken of doen. Dus: de weldoener.
Bonifacius is de bijnaam van Winfried, de zogenoemde apostel der Duitsers, op 7 juni 754 door een bende friese rovers bij Dokkum vermoord. Hij was toen overigens al 80 jaren oud. Het klooster in Fulda, waar hij begraven is, bewaart ook zijn Ragyndrudiscodex. Deze, met de hand geschreven, bijbel had hij ter bescherming boven zijn hoofd gehouden. De zwaardkloven zijn er nog in zichtbaar. In Dokkum staat een standbeeld en in het plaatsje Wolsum zou een bron door hem geheiligd zijn.
Pancratius, Servatius en Bonifacius zijn de zg. ijsheiligen. Deze dagen vallen op de maandag, dinsdag en woensdag na de 6e zondag na Pasen. (in 1991 was dat op 13, 14 en 15 mei. De Katholieke feestdag van Bonifacius is op 5 juni.
De wapens hierboven zijn die van Kethel en Spaland (links) en van Overschie (rechts), de plaatsen waar veel van de voorouders Bonefaas leefden.